CITO toetsen

Voor de oorsprong van het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (CITO) moeten we terug naar het jaar 1958. Adriaan de Groot, hoogleraar toegepaste psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, ging februari ’58 op studiereis naar de Verenigde Staten. Daar bracht hij onder andere een bezoek aan Educational Testing Service (ETS), een privaat bedrijf dat zich richtte op het ontwikkelen van intelligentietesten voor leerlingen op de basisschool en middelbare school. Later dat jaar schreef de Groot samen met een aantal andere hoogleraren een voorstel voor een oprichting van ETS in Nederland. De samenleving bood heel wat weerstand tegen het plan. Zo zou het ongepast zijn om kinderen op dergelijke manier te meten en men zou het onderwijs denatureren en het kind geweld aandoen.

CITO tijdlijn

Tijdlijn van CITO

Toch nam de vraag naar een methode om de intelligentie van kinderen te meten verder toe. Halverwege de jaren zestig richtten de professoren de Groot en Idenburg de Stichting voor Onderzoek van het Onderwijs (SVO) op. En in opdracht van gemeente Amsterdam ontwikkelde de Groot de Amsterdamse Schooltest, die van 1966 tot 1969 werd afgenomen op openbaren scholen in Amsterdam. In 1966 is het de minister van Onderwijs en Wetenschappen die het SVO advies vraagt over de mogelijkheden voor de oprichting van een centraal toetsingsinstituut. In 1968 gaat CITO officieel van start met Wiel Solberg als directeur. Negentien jaar later werd CITO een publiekrechtelijke instelling en weer tien jaar later in 1999 wordt het instituut geprivatiseerd. Vanaf dat moment is CITO ook actief buiten het onderwijs, voor bedrijven en overheden in binnen- en buitenland.

Hoe wordt CITO ingezet?

Cito wordt internationaal erkend als expert in het ontwikkelen en afnemen van examens en toetsen. Het brede pakket aan producten en diensten bestaat naast moderne toetsen uit verschillende methodes en volgsystemen. Vanaf groep 1 op de basisschool worden Cito-toetsen al ingezet om de voortgang van leerlingen te volgen en te vergelijken met het landelijk gemiddelde. In groep 8 is de Cito-toets extra belangrijk omdat leraren het resultaat hiervan meenemen in het schooladvies dat zij hun leerlingen geven.  Op de middelbare school verzorgt CITO samen met ervaren docenten de school- en centrale examens. Daarnaast is CITO actief op het gebied van voorschoolse educatie, speciaal onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs (MBO), hoger beroepsonderwijs (HBO) en volwassenenonderwijs.

Kritiek

De laatste jaren neemt de kritiek rondom CITO steeds verder toe. Zo zou de test slechts een momentopname zijn en dus geen volledig beeld geven. Veel leerkrachten zijn het ook niet eens met de manier van toetsen en hoeveel waarde er wordt gehecht aan de uitslag ervan. Het middel wordt tot een doel verheven. De Algemene Vereniging voor Schoolleiders (AVS) pleit dan ook voor de afschaffing van de Cito-toets, want volgens hen kan een leraar zelf het niveau van een leerling veel beter beoordelen.